“Van accountmanager naar informatieadviesur bij de NVWA.”
Joost begon zijn carrière als accountmanager, waarbij hij nauw samenwerkte met een voetbalclub. Hoewel hij het werk met veel plezier deed, wilde hij zich breder ontwikkelen en ervaren welke vakgebieden het beste bij hem pasten. Via het traineeship Informatiemanagement kwam hij terecht bij de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA), waar hij met een klein team werkt aan de verdere ontwikkeling van de digitale informatievoorziening. Daarbij ondersteunt hij teams bij het optimaliseren van de inrichting van netwerkschijven.
Wat heeft je doen besluiten om voor een traineeship te kiezen? “Ik ben begonnen met Sportmanagement aan de Haagse Hogeschool en heb daarna de master Beleid, Communicatie en Organisatie gedaan. Daarna heb ik anderhalf jaar als accountmanager bij FC Utrecht Werkt gewerkt. Dat vond ik heel leuk, vooral omdat ik daar ook steeds meer trainingen kreeg, van sales tot leiderschap. Ik merkte dat ik het prettig vond om me naast mijn werk te blijven ontwikkelen. Toen die functie kwam te vervallen, ben ik gaan oriënteren en kwam ik bij Breinstein terecht. “Wat mij bij Breinstein overtuigde, was vooral het netwerk dat je opbouwt met leeftijdsgenoten die in hetzelfde schuitje zitten. Dat is minstens zo waardevol als de certificaten die je haalt.”
Waarom koos je specifiek voor informatiemanagement? “Eerlijk gezegd had ik daar van tevoren nog niet zo veel mee. Maar juist dat sprak me aan: het is een wat onbekende wereld voor mij, en ik ben zelf geen IT’er. Ik zie het als een mooie uitdaging om dat wél te leren begrijpen, zodat ik het vervolgens weer kan vertalen naar mensen die er ook niet veel verstand van hebben.”
Wat waren je verwachtingen van het traineeship? “Ik verwachtte vooral een sterke koppeling tussen praktijk en theorie. Door mijn vorige studies en werkervaring zag ik al wat overlap met de vakken die aan bod komen, maar de kracht van herhaling is groot, zeker nu ik er al wat werkervaring bij heb. Ik hoopte niet alleen certificaten te halen, maar vooral te leren hoe je de theorie direct in de praktijk toepast. En dat is ook precies wat ik in de opleiding terugzie.”
Waar werk je nu en wat doe je precies? “Ik werk bij de NVWA in het Share Support-team, onderdeel van Informatievoorziening. De NVWA telt zo’n 4.000 medewerkers verdeeld over 200 teams, die allemaal hun eigen mappen op de netwerkschijf hebben.
Binnen een organisatie van deze omvang is het belangrijk dat informatie op een eenduidige manier wordt beheerd. Wij ondersteunen teams bij het optimaliseren van de opslag op de netwerkschijven en adviseren over een inrichting die aansluit bij de organisatie brede richtlijnen voor informatiebeheer. Het is eigenlijk weer een beetje de rol van accountmanager, maar dan gericht op informatiebeheer.”
Hoe ziet een gemiddelde werkweek eruit? “De opdracht duurt in totaal acht maanden. De eerste twee maanden hebben we vooral gebruikt om het traject vanaf de grond op te zetten: hoe gaan we alle 200 teams bereiken, en op welke manier pakken we dat aan? Inmiddels voeren we drie tot vier gesprekken per week met teams. Zo’n traject begint met een analyse van de mappen en de risico’s die daarin zitten. Daarna ruimen de teams zelf op, en komen wij later nog een keer terug om te kijken wat er is veranderd. Inmiddels hebben we zo’n 50 teams gesproken.”
Wat vind je het leukste aan je werk? “Dat ik in korte tijd zo’n grote organisatie leer kennen. Doordat we met zoveel verschillende teams in gesprek gaan, weet je van tevoren nooit precies wie je aan de lijn krijgt of welk gesprek daarna volgt. Dat maakt het spannend, en het is ook gewoon de beste manier om de organisatie en haar mensen goed te leren kennen.”
Hoe wordt jullie project ontvangen door collega’s? “We hadden ons voorbereid op weerstand, die is er ook wel en dat is natuurlijk logisch. Tegelijk zijn de reacties tot nu toe vooral positief: mensen erkennen het probleem en waarderen dat we ermee aan de slag gaan. Op het niveau van teamleiders en afdelingshoofden verloopt dat soepel, maar zij zijn niet degenen die het daadwerkelijke opruimwerk moeten doen. Ik verwacht dat we daar, verderop in het traject, nog wat meer weerstand tegenkomen.”
Welke vaardigheden heb je de afgelopen tijd ontwikkeld? “Vooral het vermogen om iets echt vanaf nul op te zetten. Je begint met niets en moet zelf bepalen hoe je een project van deze omvang aanpakt. Dat vind ik een hele waardevolle ervaring. Daarnaast bouw ik voort op vaardigheden uit mijn tijd als accountmanager, zoals het leggen van nieuwe contacten, al blijf je daar natuurlijk altijd in leren.”
Waar wil je jezelf de komende tijd nog in ontwikkelen? “De grootste uitdaging zit in de schaal: we hebben relatief weinig tijd om 200 teams te bereiken, en elk team pakt het weer anders aan. Om dat overzichtelijk te houden, is het belangrijk dat we alles goed structureren en bijhouden. Daar wil ik mezelf de komende maanden nog verder in ontwikkelen. Daarnaast is de NVWA een overheidsorganisatie en dus best hiërarchisch. Ik pak zelf het liefst gelijk de telefoon om iets te regelen, maar hier moet je dingen soms eerst beter uitdenken. Dat is wel wennen, maar ook leerzaam.”
Je hebt hiervoor ook bij Ballast Nedam gewerkt. Hoe verschilt dat van je opdracht bij de NVWA? “Dat was echt een andere wereld: een bouwbedrijf in de infrastructuursector, met een veel directere communicatiestijl op de werkvloer dan hier bij de NVWA. Ik had van tevoren nooit gedacht dat ik bij een bouwbedrijf óf bij een overheidsinstantie zou rondlopen, maar beide ervaringen vond ik uiteindelijk erg leerzaam. Vooral het vermogen om snel te schakelen tussen heel verschillende organisatieculturen heb ik daardoor ontwikkeld.”
Wat zou je andere young professionals meegeven die hun carrière net beginnen? “Zoek niet per se meteen naar de hoogste functie of je droomorganisatie. Begin ergens met iets wat je leuk vindt, dan groei je vanzelf het snelst. En blijf vooral nieuwsgierig: ik twijfelde eerst of het werk bij de NVWA wel iets voor mij zou zijn, puur op basis van de functieomschrijving. Pas in het gesprek zelf bleek dat de organisatie en de werkzaamheden veel beter bij me pasten dan ik dacht. Durf dus ook het gesprek aan te gaan als iets je in eerste instantie niet meteen aanspreekt: je kunt jezelf nog positief verrassen.”