“Hoe ACTA met young professionals grip kreeg op informatiebeveiliging”
Bij ACTA, het Academisch Centrum voor Tandheelkunde Amsterdam, komen onderwijs, zorg en onderzoek samen. Met zo’n 900 studenten en een organisatie waarin gewerkt wordt met gevoelige (patiënt)informatie, is informatiebeveiliging essentieel. Susanne Hommelberg, diensthoofd Informatiemanagement en ICTO, vertelt hoe ACTA samen met Breinstein deze uitdaging aanpakte.
Wat was de uitdaging rondom informatiebeveiliging bij ACTA?
“Toen ik drie jaar geleden startte, had ACTA hoge prioriteit gegeven aan privacy en informatiebeveiliging. Daar moest ik dus een plan voor ontwikkelen.
ACTA is een organisatie waar onderwijs, zorg en onderzoek samenkomen. We leiden zo’n 900 studenten op tot tandarts en tot tandartsspecialisten, zoals bijvoorbeeld orthodontisten of endodontologen. En Inholland leidt bij ons in huis ook nog mondhygienisten op. Daarnaast behandelen we patiënten en doen we veel onderzoek. Dat maakt het extra belangrijk om informatiebeveiliging goed op orde te hebben.”
Hoe hebben jullie die uitdaging aangepakt?
“We hebben ervoor gekozen om een ervaren projectmanager aan te stellen die volledig thuis is in informatiebeveiliging en privacy. Daarnaast wilden we ook iemand die zich kon ontwikkelen binnen de organisatie en uiteindelijk de continuïteit kon waarborgen.
Quinten is via Breinstein bij ons gestart en werkt hier inmiddels ruim twee jaar. Hij is zelfs in dienst gekomen bij ACTA, wat laat zien dat het voor ons een duurzame oplossing is geweest.”
Welke rol heeft Quinten opgepakt?
“Een brede rol. Hij heeft gewerkt aan awareness rondom informatiebeveiliging, dus collega’s bewust maken van risico’s zoals datalekken. Daarnaast heeft hij beleid geschreven en gezorgd dat dit bestuurlijk werd vastgesteld.
Maar ook in de praktijk heeft hij impact gemaakt. Zo heeft hij samen met het onderwijs een werkwijze ontwikkeld, waarbij we de professionele ontwikkeling van onze studenten kunnen volgen, zonder daarbij herleidbare patiëntinformatie in onderwijssystemen vast te leggen. Dat soort verbeteringen heeft direct invloed op hoe je als organisatie werkt.”
Wat voor impact had dit op het team en de organisatie?
“Heel positief. Hij is de jongste in het team en dat brengt een andere dynamiek. We hebben een vrij ervaren team, en dan is het juist waardevol om iemand te hebben die nieuwe energie en een frisse blik meebrengt.
Daarnaast heeft hij een privacyteam opgezet met mensen uit verschillende onderdelen van de organisatie, zoals onderwijs, zorg en onderzoek. Daardoor ontstonden er mooie dwarsverbanden en wordt informatiebeveiliging breder gedragen binnen ACTA.”
Hoe zie je de ontwikkeling van een young professional in zo’n traject?
“Die kan heel snel gaan. Hij was communicatief al sterk toen hij binnenkwam, maar wist ook goed waar hij nog in wilde groeien, bijvoorbeeld presenteren. Daar is hij actief mee aan de slag gegaan en daar zie je nu duidelijk resultaat van.
De combinatie met de opleiding via Breinstein helpt daarbij. Hij ging regelmatig naar de opleiding en maakte gebruik van zijn netwerk. Je merkt dat hij toegang heeft tot veel kennis en dat ook direct toepast in de praktijk.”
Wat maakt een young professional volgens jou onderscheidend?
“De drive en ambitie. Als hij iets niet weet, zegt hij dat gewoon. Dan zoekt hij het uit of vraagt hulp. Die zelfstandigheid en leergierigheid maken echt het verschil. En eerlijk is eerlijk: in deze arbeidsmarkt was het ook gewoon lastig geweest om iemand te vinden. Dit heeft voor ons echt goed uitgepakt.”
Hoe heb je de samenwerking met Breinstein ervaren?
“Heel prettig. De lijnen zijn kort en er wordt snel geschakeld. De contactmomenten helpen ook om stil te staan bij de ontwikkeling en de voortgang. Wat ik vooral sterk vind, is de focus op ontwikkeling. Ik ben zelf ooit gestart bij een organisatie waar het meer om detacheren draaide en minder om ontwikkelen. Toen ik zag hoe Breinstein het doet, dacht ik: had ik Breinstein maar gehad toen ikzelf net afgestudeerd was.”