Veiliger en efficiënter: de noodzaak van een EPD is groter dan ooit

Een landelijk elektronisch patiëntendossier (EPD) is er na jaren van gesteggel nog steeds niet, terwijl de behoefte eraan alleen maar groter lijkt te worden. Zo confronteert het coronavirus zorgpersoneel en ziekenhuizen met het ontbreken van een landelijk EPD, omdat informatie van overgeplaatste coronapatiënten niet direct is in te zien.

In de zorg worden gegevens nog te vaak op papier, per fax of via dvd’s uitgewisseld. Met alle nadelen van dien. Dit kost niet alleen meer tijd, maar is ook veel foutgevoeliger, omdat gegevens niet altijd goed doorkomen of handmatig moeten worden overgetypt. Ook kan het hierdoor zijn dat patiënten dubbele onderzoeken moeten ondergaan en is er een grotere kans op vermijdbare fouten.

“Als de gegevensuitwisseling in de zorg op orde is, kunnen vermijdbare fouten worden voorkomen en houden zorgverleners meer tijd over voor de patiënt”, stelt demissionair minister Tamara van Ark. Toch komt een veilige digitale uitwisseling van medische gegevens tussen zorgverleners en patiënten maar langzaam van de grond. Dit komt met name door gesteggel over wie welke rol pakt, wie wat betaalt, onenigheid over technologieën en in 2011 schoot de Eerste Kamer de invoering van een landelijke EPD af om privacy-redenen.

Vrijwilligheid zorgt voor vertraging

De afgelopen jaren heeft het zorgveld stappen gezet. Onder meer met het Informatieberaad Zorg en programma’s ter ondersteuning van de standaardisatie van gegevensuitwisseling. Voorbeelden zijn MedMij (spelregels voor het veilig uitwisselen en gebruiken van gezondheidsgegevens), Medicatie-Overdracht (Complete en goede elektronische overdracht van medicatiegegevens) en Registratie aan de bron (eenduidig registreren). Ook heeft het ministerie van VWS ingezet op via verschillende Versnellingsprogramma’s Informatie-uitwisseling Patiënt en Professional (VIPP). Maar omdat het bij deze programma’s gaat om vrijwillige digitalisering ligt het tempo laag en bleef er onenigheid over een eenduidige taal, techniek en regie. 

Daarom besloot het ministerie van VWS in 2018 om de regie meer in eigen hand te nemen om de elektronische gegevensuitwisseling te bespoedigen. Eind april 2021 werd een nieuwe mijlpaal bereikt: de ministerraad stemde in met het wetsvoorstel van minister Tamara van Ark voor Medische Zorg voor elektronische gegevensuitwisseling in de zorg (Wegiz). Het doel van de nieuwe wet is het stap voor stap verplichten van elektronisch of digitaal uitwisselen van medische gegevens tussen zorgverleners. Het wetsvoorstel heeft eerder al de gang naar de Raad van State afgelegd en gaat nu naar de Tweede Kamer. Het voorstel moet ook nog naar de Eerste Kamer.

Starten met 4 soorten gegevensuitwisseling

De Wegiz moet regelen dat medische gegevens verplicht elektronisch uitgewisseld worden tussen zorgverleners. De complexiteit van de zorg vraagt om een aanpak per zorgproces. Daarom wordt eerst begonnen met vier soorten gegevensuitwisselingen. 

  • Basisgegevensset Zorg
    Hierbij gaat het bijvoorbeeld om informatie over allergieën of bloeddruk van de patiënt die ziekenhuizen uitwisselen.
  •  Beelduitwisseling
    Hierbij gaat het om uitwisseling van bijvoorbeeld MRI- of hartscans.
  • Digitaal Receptenverkeer
    Dit is de uitwisseling van medische gegevens tussen artsen en apothekers, zodat patiënten altijd de juiste medicatie voorgeschreven krijgen en ontvangen. 
  • Verpleegkundige Overdracht
    Overdracht van gegevens bij een overplaatsing van een ziekenhuis naar een verpleeghuis. Bijvoorbeeld of iemand zelfstandig trap kan lopen, zelf naar het toilet kan, et cetera.

Eenheid van taal en techniek

Om te zorgen dat al deze medische gegevens verplicht digitaal uitgewisseld kunnen gaan worden, dient er dus eenheid van taal en techniek te komen. Eenheid van taal betekent dat zorgverleners op dezelfde manier medische gegevens gaan vastleggen. Dan gaat het dus om de afspraken over wanneer en hoe welke vaktermen worden gebruikt. Eenheid van techniek betekent dat ICT-systemen aan dezelfde eisen moeten voldoen om informatie uit te wisselen. De systemen die huisartsen en ziekenhuizen gebruiken, moeten beter met elkaar communiceren, zodat zorgverleners, ook al werken ze met verschillende systemen, gegevens over en weer kunnen uitwisselen.

Overplaatsing door corona – gegevens niet direct inzichtelijk

Dat dat hard nodig is, bewijst de corona-uitbraak nog maar eens. Het coronavirus confronteert zorgpersoneel met het ontbreken van een landelijk elektronisch patiëntendossier, omdat informatie van overgeplaatste coronapatiënten niet direct is in te zien. Meer dan drieduizend coronapatiënten zijn sinds september 2020 naar een andere zorgregio overgeplaatst. Patiëntgegevens zijn echter niet meteen voor het behandelende ziekenhuis inzichtelijk, waardoor informatie wordt uitgeprint, gefaxt of op dvd wordt gebrand. Frank Bosch, internist-intensivist in ziekenhuis Rijnstate en hoogleraar acute interne geneeskunde luidde hierover de noodklok in actualiteitenprogramma EenVandaag

“Als hoogopgeleide professional ben je dus bezig om gegevens over te typen, terwijl je die tijd liever aan de patiënt besteedt”, aldus Bosch. Hij schat dat de zorg wekelijks honderdduizenden euro’s kwijt is aan hoogopgeleid personeel dat medische gegevens in systemen aan het invoeren is. Soms kan het wel een uur duren voordat alle gegevens goed zijn overgenomen, aldus de hoogleraar. Daarnaast is er een risico op fouten. Een situatie die met een landelijk elektronisch patiëntendossier voorkomen had kunnen worden.

;